|
|
 |
|
|
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
Dualisme
doet zijn intrede in gemeentepolitiek
|
|
| |
Hoogleraar Elzinga over het dualisme
Maar weinig burgers staan erbij stil, maar vanaf 7 maart
voltrekt zich in de Nederlandse raadszalen een heuse revolutie.
De onlangs door de Eerste Kamer goedgekeurde Wet dualisering
gemeentebestuur krijgt zijn beslag, drastische veranderingen
in het locaal bestuur zijn het gevolg.
Dat er iets grondig mis was met het lokale bestuur in
Nederland is al geruime tijd bekend. De kwaliteit van
de gemeenteraden en colleges van B&W laten te wensen over.
De burgers geven blijk van hun afkeuring door bij gemeenteraadsverkiezingen
massaal weg te blijven. Als de bij de verkiezingen van
1990 ingezette tendens zich voorzet, blijven woensdag
vier van de tien kiesgerechtigden thuis.
De
staatscommissie-Elzinga onderzocht de problematiek en
presenteerde twee jaar geleden een advies, dat de basis
voor de wet vormt. Elzinga en de zijnen concludeerden
dat de kern van het kwaad in het monistische stelsel in
het gemeentebestuur ligt. Dat houdt in dat de collegepartijen
in de raad en het college van burgemeester vergaand verstrengeld
zijn geraakt en in de praktijk met één mond spreken.
Monisme
Het na verkiezingen in de college-onderhandelingen afgesproken
collegeprogramma wordt voor vier jaar heilig verklaard.
Van oppositie en dualisme is geen sprake. Het monisme
wordt nog eens versterkt door het ambtelijk apparaat en
de gemeentesecretaris (de 'baas' van de gemeente-ambtenaren)
die zich volledig in dienst stellen van het college en
de gemaakte afspraken.
Het belangrijkste kenmerk van het monisme is dat de wethouders
lid zijn van de raad. Na 6 maart komt daar een einde aan.
Voortaan zijn wethouders geen lid meer van de raad en
kunnen zelfs mensen van buiten zitting in het college
zitting nemen. Op gemeenteniveau doet een duaal systeem
zijn intrede: B&W en de gemeenteraad worden gescheiden,
net als dat in het landsbestuur met regering en Tweede
Kamer het geval is.
Eigen griffier
De raad moet zich in de nieuwe constellatie concentreren
op haar controlerende taak. Om die naar behoren te volbrengen,
krijgt de raad het recht van enquête en een eigen griffier
(die los van het ambtelijk apparaat opereert). Ook mag
de raad een rekenkamer in het leven roepen om toezicht
te houden op het financiële beleid van het college.
Het losweken van bestuur en volksvertegenwoordiging moet
tot een verlevendiging van de lokale politiek leiden en
de interesse van de burgers voor de gang van zaken in
het stadhuis prikkelen. De hoop is ook dat de aan het
monistische stelsel toegeschreven bestuurlijke blunders
voorkomen kunnen worden. De collectieve betrokkenheid
van college, raad, en ambtenaren bij het programma is
ten koste gegaan van het zelfcorrigerende vermogen van
het gemeentebestuur.
Financiële zepers
Bij gebrek aan tegengas hield men vaak tegen beter weten
hardnekkig vast aan slechte besluiten. Collegpartijen
volgden vaak ziende blind hun wethouders, ook als die
opzichtig de fout ingingen. Hoog op de lijst van de grootste
financiële zepers als gevolg van bestuurlijke falen staan
grote bouwprojecten als de Stopera in Amsterdam, het Muziekcentrum
Frits Philips in Eindhoven en het stadskantoor in Leeuwarden.
Hoe ingrijpend de bestuurlijke veranderingen op papier
ook mogen zijn, de soep wordt niet zo heet gegeten als
ze wordt opgediend. De verwachting is dat maar in zeer
beperkte mate wethouders van buiten de raad zullen worden
aangetrokken. En de wethouder vanuit de raad zal zich
ondanks het feit dat hij geen raadlid meer is, toch willen
verzekeren van steun van en voeling met de raad. Verder
blijft het enquête recht beperkt.
Anders dan de Tweede Kamerleden mogen raadsleden alleen
politici en ambtenaren aan de tand voelen. Van de mogelijkheid
een eigen rekenkamer in te stellen, hebben slechts drie
gemeenten (Rotterdam, Capelle aan den IJssel en Leiderdorp)
gebruik gemaakt en ook van de behoefte aan een eigen griffier
is vooralsnog weinig gebleken.
Ga terug
|
|
|
 |
|
|
|