ga naar NOS home
Hoofdpunten
Nieuwsoverzicht
Interviews
Tour van Tax
Gert & Max
Etappeverslag
Klassementen
Etappeschema
Deelnemers
Historie
100 jaar Tour
NOS radio/tv
Op zoek naar de ultieme, groene beloning in Parijs

Hij behoort al jaren tot de mondiale elite van het sprintersgilde. Stuart O'Grady liet in 1995 huis en haard in Australië achter om zich in Frankrijk te bekwamen tot beroepsrenner. In de jubileumeditie van de Tour de France hoopt hij de ultieme beloning te vinden.

Hij had zich graag als eerste Australische winnaar van de groene trui (puntenklassement) willen laten huldigen. O'Grady (29) moest die eer echter aan Robbie McEwen laten, vorig jaar op de Champs Elysées. "Ik ben er nu drie keer dicht bij geweest. Ik hoop dat het dit jaar wel lukt. Het is mijn belangrijkste doel voor dit seizoen", verzekert O'Grady.

Stuart O'Grady tijdens de Tour van vorig jaarDe Australiër, het sprintkanon van de Franse ploeg Crédit Agricole, beseft dat de strijd om de groene trui in de Tour ook dit jaar weer een competitie binnen een competitie gaat worden met McEwen en Erik Zabel als voornaamste uitdagers. "Zabel is een hele ervaren, consistente renner", meent O'Grady. "Hij heeft de groene trui niet voor niets al zes keer gewonnen. Hij is moeilijk te verslaan. Robbie is op dit moment, denk ik, de snelste sprinter ter wereld. Hij heeft vorig jaar veel ervaring opgedaan en zit boordevol zelfvertrouwen."

Respect
O'Grady heeft, zo zegt hij, veel respect voor zijn landgenoot. De twee volgden ongeveer dezelfde, lange weg richting wereldtop. En dat heeft, verzekert hij, een band geschapen. "We kunnen het goed met elkaar vinden", vertelt O'Grady. "We spreken elkaar bij de koersen, gaan ook wel eens uit om een biertje te drinken of te barbecuen. En we doen natuurlijk hetzelfde werk, met hetzelfde doel: zoveel mogelijk races winnen en elkaar verslaan."

"Het is inderdaad vrij bijzonder", vervolgt O'Grady, "dat Australië op dit moment zoveel goede coureurs kent. Met Robbie, Baden Cooke en mezelf hebben we drie sprinters die tot de topvijf van de wereld behoren. Grappig eigenlijk, omdat we uit een land komen zonder grote wielertraditie en met een niet al te grote populatie."

De successen die het drietal heeft behaald, zijn volgens O'Grady vooral te danken aan de Australische mentaliteit. Die is, zo weet hij uit ervaring, meer dan goed. Zeker wanneer overleven aan de andere kant van de wereld het parool luidt. "In Europa heb je een wielertraditie die wij niet kennen. Het is best moeilijk om daar in het begin aan te wennen. Maar als Australiërs ergens hun zinnen op zetten, dan passen ze zich direct aan. want we willen de beste zijn. Dat is de drijfveer, daarom offeren we zoveel op en schakelen we onze gevoelens uit."

Adelaide
"Kijk, wij kunnen niet even zomaar op en neer vliegen naar huis. Als je ervoor kiest om in Europa profrenner te worden, dan weet je dat je per jaar tien maanden van huis zult zijn. Dan moet je ook alles geven om succesvol te worden. Als je alleen al aan Australië, je familie en vrienden denkt, ben je al gezien. Dan red je het niet. Wanneer ik in Adelaide ben - mijn thuishaven - om te relaxen, merk ik pas weer hoe leuk het leven kan zijn. Begrijp me niet verkeerd; ik houd van Europa, maar nog meer van Australië. We hebben er ook veel meer stranden... Ik zal er na mijn profcarrière zeker terugkeren."

Zelf maakte O'Grady in 1995 de overstap van zowel het baanwielrennen naar de weg als van Australië naar Frankrijk. "Ik had een paar mooie titels gewonnen (waaronder een wereldtitel met de Australische ploeg op de achtervolging) en zocht naar een andere uitdaging. Ik wilde gewoon iets anders gaan doen." Hij koos voor het wegrennen. "Daar viel geld mee te verdienen, ook niet geheel onbelangrijk. En het was mijn droom om de Tour de France te rijden. Dat is toch het grootste evenement ter wereld."

Op 5 juli begint hij in Parijs alweer aan zijn zesde Tour, waar lijden en voldoening volgens hem hand in hand gaan. "De Tour doet pijn. Het is alsof je elke dag een marathon loopt. En dat drie weken lang." O'Grady heeft het er graag voor over. Hij is, zo vertelt hij, 'goed' uit de Ronde van Zwitserland gekomen. "De vorm is in orde en ik heb de zware bergritten goed doorstaan. Zo ben ik alvast gewend geraakt aan wat we in de Tour nog gaan krijgen..."

De grootste concurrenten van O'Grady in de Tour: Robbie McEwen en Erik Zabel Beloning
De groene trui moet op 27 juli de uiteindelijke beloning worden voor alle offers die hij heeft gebracht. "Dat en/of een etappezege is waar ik voor rijd. Maar het is geen droom die ik najaag. De groene trui is voor mij geen obsessie. Ik heb nog meer en grotere doelen in het leven, zoals een olympische titel. Of een wereldtitel."

In de Tour zal O'Grady, zoals gebruikelijk bij zijn Franse werkgever, in de sprints vooral op zichzelf zijn aangewezen. Zijn team bestaat uit vrijbuiters die altijd voor hun eigen kans rijden en waarin Cristophe Moreau de onbetwiste man voor het klassement is. "We hebben geen team dat gespecialiseerd is in het aantrekken van sprints, zoals Cipollini's team dat wel is", zegt O'Grady. "Wij kunnen geen treintje maken, omdat wij geen team hebben dat gefocust is op de sprint. Maar ik weet onderhand wel wie de snelle jongens zijn en welk wiel ik moet kiezen. Sprinten is toch vooral een kwestie van goed positie kiezen."

<< Terug

 

 

 
NOS sport NOS nieuws NOS home Radio Tour Studio Sport NOS tour-spel Chat rabobank Columns SMS service Tour journaal Radio Tour de France