NOS VoetbalAangepast

John de Wolf geeft zich bloot

John de Wolf, onverschrokken verdediger met een keiharde reputatie. Een voetballer die vaak geblesseerd is omdat hij nergens voor terugdeinst. Maar ook een man die juist door die blessuregevoeligheid en door zijn reputatie maar moeilijk aan een club kan komen aan het eind van zijn carrière. Iemand ook die goedgelovig is en daardoor niet altijd de juiste keuzes maakt en veel geld verliest.

In zijn biografie De Wolf, John komen alle aspecten van de man met de priemende blauwe ogen aan bod. Inclusief de zwarte bladzijde, valsspeler De Wolf, de man die door vals te spelen met poker uitgekotst wordt door andere spelers en zijn vriendschap met Robbie Witschge verpest. Hij speelde twee keer vals zegt hij in zijn biografie, en waarom, dat weet hij eigenlijk niet. Het bekendste kaartincident is dat bij Oranje:

"Ik weet niet waarom ik het ga doen. Omdat ik het al eens eerder heb gedaan? Omdat ik er toen toch ook mee wegkwam? Nu zit ik hier, op een congresstoel van Huis ter Duin, en overweeg ik serieus het te gaan doen. Overmoed? De kick van het risico?"

"Het suist in mijn hoofd. Ik hoor bij het grote Oranje. Ik had dat niet verwacht. Mooier bestaat niet, ik ben nu top of the bill - en dat wil ik weten ook. Anders kan ik het niet verklaren."

Bedrog

Maar hij komt er niet mee weg, zijn bedrog wordt ontdekt, al ontkent hij in alle toonaarden. Er wordt om serieus geld gespeeld. Zijn voornaamste slachtoffer is Feyenoord-maatje Robbie Witschge.

"Op weg naar de kamers, in gedachten verzonken, merk ik dat de De Boertjes achter me aan zijn gekomen. In slowmotion draai ik me naar hen om. Robbie duikt achter de twee op. Het is alsof hij de dood in de ogen kijkt. Frank en Ronald nemen het woord. 'Jij hebt gestoken, makker.' Het dikke hoteltapijt wordt onder mijn voeten vandaan getrokken."

"En niet voor de eerste keer. Bij Feyenoord schijn je dit ook te flikken. Voor hoeveel heb je de boel opgelicht? Nou?' 'Bewijs maar,' zeg ik stoer. Mijn hete hoofd zit dan al vol met watten, weinig van wat ze tegen me zeggen dringt werkelijk tot me door. Ik verlang naar een stil, koel, donker plekje. Het liefst zit ik twintig meter onder de grond."

Vriendschap

De vriendschap met Witschge komt niet meer goed. Bij Feyenoord ontstaan twee kampen. De sfeer is te snijden. Trainer Willem van Hanegem over die tijd:

"Toen het verhaal naar buiten kwam, bleef John op mijn verzoek een tijdje weg. Moet je je de kleedkamer voorstellen. Fraser en Heus zaten op een bankje en vonden de ophef maar schandalig. Tegenover hem zaten andere jongens, jongens die niet met het groepje rond John de Wolf gingen stappen. Zij vonden het juist wel goed dat hij eens werd aangepakt. Van trainen kwam niet veel meer."

Het is een zwarte bladzijde in De Wolfs mooie voetbalcarrière. Het eerste exemplaar van zijn autobiografie wordt niet voor niks uitgereikt aan Willem van Hanegem, zijn trainer bij Feyenoord.

Grootste successen

De Wolf heeft altijd een goede band met hem gehad en denkt met plezier terug aan de tijd dat Van Hanegem tijdens trainingskampen een sigaretje kwam roken op de kamer van spelers. En De Wolf vindt dat hij de trainer is die hem veel beter heeft gemaakt als voetballer. "Had ik hem maar vier jaar eerder ontmoet. Ik beweeg, ik durf ruimtes achter me te laten, durf op buitenspel te spelen. Ik voetbal mee."

Bij Feyenoord viert hij ook zijn grootste successen. Eén keer landskampioen in 1993 en drie keer winnaar van de beker. Ook haalt hij Oranje, alhoewel hij door het kaartincident en door een blessure nooit een rol van betekenis weet te spelen bij het WK van 1994 in de Verenigde Staten, het toernooi waar hij zijn zinnen op heeft gezet.

Familie

John De Wolf heeft binnen het veld een reputatie van een keiharde, buiten het veld staat hij erom bekend dat hij veelvuldig de bloemetjes buiten zet. Hij doet er niet geheimzinnig over: "Ook al kwam ik pas 's ochtends thuis, bij de training stond ik er weer."

Zijn grootste fan is zijn vader. Hij verzamelt alles over zijn beroemde zoon. Maar zijn vader Hans is ook de man die in de jeugd van John veelvuldig werd opgenomen in het ziekenhuis, door 'aanvallen', zoals in het boek wordt omschreven. Hij heeft psychische problemen, maar is dan alleen een gevaar voor zichzelf, zijn kinderen zal hij nooit wat aandoen.

John de Wolf aanbidt hem, nog steeds. In 1999 overlijdt hij op 58-jarige leeftijd. De Wolf heeft op zijn lichaam een tatoeage met de sterfdatum en thuis zit as in een zilveren kruisje. Nog iedere dag pakt hij het kruisje van de kast en loopt ermee door de kamer. De Wolf, de gevoelige man, een kant die hij liever niet aan anderen laat zien.

Einde carrière

De Wolf is volgens vrienden en familie ook een goedgelovige man die al snel ja zegt, ook als dat niet goed voor hem uitpakt. Na Feyenoord vertrekt hij naar de Wolverhampton Wanderers, een club die wonderwel bij hem past, maar daarna gaat het bergaf met zijn loopbaan. Dieptepunt is een episode in Israël waar hij in 1997 aan de slag gaat bij Hapoel Ashkelon.

Het blijkt een club waar maffiose figuren de scepter zwaaien, waar hij al snel zijn plek in het elftal verliest en waar ze van uitbetalen nog niet gehoord hebben. Na zes weken zit hij zonder geld. "Met zijn vijven zitten we aan een pizza. Dit is dus honger. 'Pap mogen we echt niet nog wat bestellen?'' De Wolf vlucht uiteindelijk weg uit Israël, naar zijn geld kan hij fluiten.

Zwart gat

In de biografie vertelt zijn ex-vrouw Ingrid over de moeilijke periode die volgde nadat De Wolf gestopt is met voetbal. Hij heeft veel verdiend, maar ook een heleboel geld uitgegeven. Hij stapt in financiële avonturen die verkeerd uitpakken, een pizzeria in Rotterdam gaat failliet omdat hij goedgelovig en veel te makkelijk is. "Er heeft geloof ik nooit iemand betaald", zegt Ingrid.

Nog steeds is De Wolf zoekende, traint amateurclubs en verschijnt veelvuldig in televisieprogramma's. Iedereen in Nederland kent John de Wolf, maar lang niet allemaal kennen ze hem nog door zijn voetbalkwaliteiten.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl