Met de armen vol boodschappen staat hij er wat vertwijfeld bij. Het was de afgelopen nacht weer zo’n herrie. Auto’s die door de wijk scheurden, geschreeuw. Hij knikt in de richting van het pleintje.
Zelf woont hij in de flat waar op deze onbewolkte maandagmorgen de Perzische tapijten over de galerij-rand hangen. In 1963 naar Nederland gekomen. In de fabriek gewerkt, zoals veel Marokkanen in Gouda die het zware en vieze werk opknapten waar geen Nederlander meer voor te vinden was.
"In de slachterijen werkten ze ook. Varkensvlees, uitbenen. Moet je je voorstellen, dat lieten we moslims doen." zegt een andere import-Goudenaar, een oudere man die uit Limburg stamt. Hij woont nog steeds met veel plezier in de wijk. In een straat met laagbouw, niks aan de hand. Een prachtige vijver, met veel groen en een schitterende treurwilg voor de deur. Kom d’r maar es om in een Vinex lokatie.
Gemeente schuld
Toch is er van alles mis in Oosterwei. De oud-Limburger geeft de gemeente de schuld. Die vermeed spreidingsbeleid. Het kon niet anders dan verkeerd gaan, meent hij. Te veel Marokkaanse gezinnen in een wijk waardoor de kinderen geen Nederlands leerden.
Een variëteit aan Berberdialecten kun je in Oosterwei horen, het Nederlands is er niet bij. Het zijn de jongeren die voor de problemen zorgen, zegt hij. De vaders deden niets anders dan werken, hun kinderen moesten daar niets van hebben, verlieten voortijdig de school en hielden hun hand op, luidt zijn analyse.
Een paar uur eerder, bij het krieken van de dag, als de busjes met bouwvakkers de wijk verlaten, spreken we een man die al dertig jaar in de wijk woont. Met een shaggie tussen de lippen maakt hij een ochtend-rondje. Passeert een bushalte waar in het licht van de straatlantaarn het glas op de trottoirtegels glinstert. Er is veel rottigheid in de wijk.
"Je voelt je onveilig," beschrijft hij zijn woonomstandigheden de laatste jaren "lopen ze met zo’n groep achter je aan en roepen ze hé ouwe lul. Dan zeg ik maar niks terug en loop door."
Politie doet weinig
Bij het clubgebouw waar hij als vrijwilliger werkt is al meerdere malen ingebroken. Uitzichtloos is de situatie, vindt hij, vooral omdat naar zijn gevoel de politie weinig doet. "Ze hebben zelfs een wijkpost gesloten. Moet je, als er iets is, naar de andere kant van de stad."
Hij komt wel eens een hangjongere tegen als ze in het clubgenouw als de slag moeten, vanwege een opgelegde taakstraf. "Spreek je ze als ze alleen zijn dan valt er heel goed met ze te praten." zegt hij.
Werk moeten ze hebben, aan de slag. Dat is de enige methode, vindt hij.
Ook de Limburger is die mening toegedaan. Nu hangen de jongens rond en bepalen de sfeer in de buurt en maken het zo bont dat Connexion er voorlopig zijn bussen niet laat rijden. "Ach ik ga toch nooit met de bus." zegt de man met het shaggie.
De Marokkaan gaat huiswaarts. In de hoop de komende nacht beter te slapen. Waarom worden die jongeren door hun ouders niet tot de orde geroepen, vragen we. "Zestien zijn ze, zeventien, of twintig jaar," zegt hij in gebroken Nederlands. "die luisteren niet meer naar ouderen".