Marco Pastors is lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam, de partij van Pim Fortuyn die vier jaar geleden de macht overnam in Rotterdam. De ex-wethouder vindt het stadsbestuur in de Maasstad een voorbeeld voor de rest van het land. Daan van de Staaij sprak met hem over vier jaar stadspolitiek.
Sinds een paar weken houdt Marco Pastors kantoor in het Palazzo di Pietro, het voormalige woonhuis van Pim Fortuyn. Om zich voor te bereiden op de verkiezingscampagne waarop alle ogen zijn gericht.
Het boegbeeld van Leefbaar Rotterdam is sinds zijn aftreden als wethouder, vanwege ferme uitspraken over moslims, nog lang niet klaar met de politiek. Als straks bij de lokale verkiezingen een goed resultaat wordt geboekt, zal zijn 'beweging' meedoen aan de eerstvolgende Tweede Kamerverkiezingen. Voor zichzelf ziet Pastors in de eerste plaats een rol in Rotterdam weggelegd, opnieuw als wethouder. Al zei hij eerder wel wat voor het premierschap te voelen - maar alleen als hij gevraagd wordt.
Vooruitgang
Leefbaar Rotterdam, toen nog onder leiding van Pim Fortuyn, verraste in 2002 het land door uit het niets 17 van de 45 zetels in de gemeenteraad te bemachtigen. Sindsdien wordt de stad bestuurd door Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD. De PvdA regeert voor het eerst sinds decennia niet mee in de havenstad.
Pastors was als onderhandelaar bij de totstandkoming van het stadsbestuur betrokken. Hij wil met dezelfde coalitie verder na de verkiezingen. Ook al lijken de laatste peilingen erop te wijzen dat die zijn beste tijd heeft gehad. "We hebben gedaan wat we hebben beloofd. Rotterdam is aanzienlijk veiliger en schoner en er wordt eindelijk geďntegreerd. Na een neerwaartse spiraal van 30 jaar, heeft Leefbaar Rotterdam voor een enorme kentering gezorgd."
Dat Rotterdam nog altijd de ranglijsten aanvoert op het gebied van sociale problematiek en criminaliteit noemt Pastors een kwestie van tijd. "Je moet kijken naar de vooruitgang. Het gaat béter met de stad. We hebben ons visitekaartje afgegeven."
Spreidingsbeleid
Als persoonlijk succes ziet Pastors de invoering van de Rotterdam-wet, een verzameling noodmaatregelen voor achterstandswijken die er mede op zijn verzoek kwam. Het Rotterdamse college drong bij het kabinet aan op extra wetgeving voor de aanpak van wijken met 'bovenmaatse' sociale problemen en kreeg zijn zin. Met als meest opvallende maatregel de mogelijkheid om kansarme nieuwkomers te weigeren op grond van hun inkomen. Een beleid dat neerkomt op spreiding van kansarme groepen, in de regel vaak migranten.
Als wethouder was de bedrijfseconoom verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Maar de politicus haalde vaker het nieuws vanwege zijn opvattingen over de moslimgemeenschap. Zo wilde hij de hoogte van minaretten en de komst van nieuwe grote moskeeën aan banden leggen. Of verweet hij moslims hun religie te gebruiken om wangedrag te vergoelijken. Die bemoeienis met het integratiedebat werd niet gewaardeerd door de gemeenteraad en Pastors moest in november opstappen.
De vertrouweling van Fortuyn legt verwijten over de harde toon en aanwijzingen dat allochtonen zich minder thuis voelen naast zich neer. "Ons standpunt over immigratie en het aanpakken van criminaliteit en oude wijken, is juist in het voordeel van allochtonen. Zij vormen vaak de meerderheid in die buurten. Van onze plannen met die gebieden profiteren zij dus extra." Bovendien: "Als je niet af en toe op lange tenen trapt, verandert er te weinig, en zeker niet de goede kant op."
Nederlands
In het verkiezingsprogramma van Leefbaar Rotterdam, waarin Pastors een groot aandeel had, neemt integratie opnieuw een belangrijke plek in. "Iedereen die in Rotterdam woont, moet ook Rotterdammer worden." De partij wil een burkaverbod in de openbare ruimte, religieuze adviesorganen opheffen en alles wat met de politieke islam sympathiseert verbieden. Pastors streeft een stad na "waar Nederlands wordt gesproken, ook op straat; waarin mensen aan het leren of aan het werken zijn, uitgaan of iets goeds in de buurt doen. Het is belangrijk dat mensen niet alleen in Rotterdam wónen, maar er ook léven."